28 februari 2010, vasten en bidden

Beste zusters en broeders,

Vandaag, toen ik tussen de lange rekken liep, viel het me extra op wat een overbodig groot assortiment er van bijna alle waren aangeboden wordt. Uit de luidsprekers klinken reclameboodschappen, waar je nauwelijks nog op let. Alles ademt: “Kom dames, heren, consumeren!” Dank je, zei ik bij de kassa in het grootwarenhuis, dát zal ik niet meenemen, toen de juffrouw aan de kassa mij twee kleine speeltjes wou meegeven. Ik had er al eentje meegekregen toen de kleinkinderen logeerden en het belandde bij het afval, want zelfs de kinderen wisten er niet goed raad mee. Een ondefinieerbaar plastic dingetje. Toch moest de winkeljuffrouw het kwijt: “Kan je het niet aan iemand geven, je kunt er iemand gelukkig mee maken”. Ik hoorde mezelf plots antwoorden: ”Oh, moest het zo gemakkelijk zijn!”. -” Kijk, aan die jongen…” zei ze.
Dat zou je wel dromen: ”Hé, jongen, kom hier, ik geef je een pilletje, als je dat hebt ben je gelukkig” Mooi toch! Zo lijkt het.

En ik moest denken aan Jezus in de woestijn, aan Johannes de Doper, aan de apostelen die na Christus’ Hemelvaart samen, door vasten en bidden besluiten namen die levensbelangrijk waren voor de verspreiding van het evangelie. (Hand. 13:2-3) Waarom deden ze dat? Neen, natuurlijk niet om indruk te maken op de mensen. Dat had Jezus hun in de Bergrede wel geleerd! (Mat. 6:16-18.)
De leerlingen van Jezus en de eerste christenen leefden in hechte gemeenschap met elkaar en kwamen heel regelmatig samen om Gods wil te zoeken en te ontvangen. Zo staat er: “Op een dag toen ze aan het vasten waren en een gebedsdienst hielden voor de Heer, zei de Heilige Geest tegen hen…”  Blijkbaar worden onze antennes dan gespitst. Ze horen Gods Woord en weten dat Saulus en Barnabas de juiste mensen zijn om uit te zenden. Weer gaan ze vasten en bidden en nadat ze dat gedaan hadden legden zij hun de handen op en lieten hen vertrekken. Dat was het werk van de Heilige Geest.

Mensen streven naar geluk, daarin vergiste de kassierster zich niet. Dat streven naar geluk van mensen is in wezen wat er in ons overblijft na de zondeval, van het verlangen naar God. Als mensen op zoek zijn naar geluk willen ze daar alles aan doen. Het lijkt wel weggestopt achter al die spulletjes… En, dat is het ook, dat is de grote verblinding. Het zit helemaal niet achter al dat hebben.

Deze tijd heeft het vasten bij christenen in onze contreien fel ingeboet. We mogen ons de vraag stellen of dat geen groot verlies is? Wat is christelijk vasten? John Piper schreef daar een prachtig boek over: “Honger naar God”. Hij verwoordt het zo: ‘Vasten is niet het verzaken van het kwade, maar van het goede.’ ‘Het is als: God laten weten dat wij Hem daadwerkelijk verkiezen in de dagelijkse omstandigheden, boven zijn gaven!’ Daar gaat het immers om. ‘Het is ten diepste een honger of heimwee naar God.… Het gaat om alles wat de plaats van God inneemt of zou kunnen innemen.’ Want ‘Zijn gaven wekken in ons een honger die groter is dan de gaven zelf. Door te vasten stellen we die honger op de proef.’
In God ervaren wij een diepe verzadiging. Zegt Jezus niet dat Hij het brood des levens is? Zou het daarom zijn dat God ons zo geschapen heeft dat voedsel in het leven van een mens fundamenteel is?

‘Als Hij, die het licht van de wereld was, voor zijn innerlijk vuur vocht, door te vasten, kunnen wij hier dan misschien iets uit leren met betrekking tot onze kwijnende vlaspitjes?’ ‘Niet alleen het kwade, niet alleen het voedsel, maar alles kan discipelschap in de weg staan.’ (J. P.)
Als Jezus brood en levend water is, ontvangen wij daardoor niet de mogelijkheid om tot in ons lichaam dat verlangen naar God te voelen? Dan kan vasten, een bidden met lichaam en ziel zijn, dat verlangen, waakzaamheid en openheid tegenover God verhoogt.

Dat christelijke vasten is dan als wat eten is/zou moeten zijn, we doen het zoals al het andere tot eer van God!?
En of we nu vasten of niet vasten we kunnen steeds vragen of de Heer ons nog beter wil leren beseffen dat werkelijk alles in ons leven Gave is, heel ons leven!